UITZICHTEN EN INZICHTEN – DE
POËZIE VAN YANG MU
Silvia Marijnissen
(uit Het trage vuur
7, april 1999)
In 1997 verscheen bij Yale University Press de prachtig
uitgegeven bundel No Trace of the Gardener. Poems of Yang Mu, vertaald
door de dichter Lawrence R. Smith en de vooraanstaande sinologe Michelle Yeh.
Yeh houdt zich al geruime tijd bezig met het vertalen en bestuderen van de
moderne Chinese poëzie, waarbij ze ook de nodige aandacht besteedt aan wat
er zoal in Taiwan gebeurt. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat zij nu met
deze publicatie de aandacht vestigt op het werk van Yang Mu, die sinds zijn
debuut in 1960 een tiental dichtbundels publiceerde en momenteel zo ongeveer
als de meest vooraanstaande dichter van Taiwan geldt.
Yang Mu werd in 1940 als Wang Jingxian geboren in de stad
Hualian aan de oostkust van Taiwan. In 1964 vertrok hij na zijn studie Engels
naar Amerika om vergelijkende literatuurwetenschap te gaan studeren, en hij
bleef er vervolgens werken aan verschillende universiteiten. In 1996 keerde hij
terug naar zijn geboortestad Hualian, na aanvaarding van een professoraat
aldaar. Hoewel hij in totaal meer dan vijfentwintig jaar in Amerika heeft
gewoond is hij zijn literaire werk altijd in het Chinees blijven schrijven en
in Taiwan blijven publiceren.
Yang Mu is zich altijd zeer verbonden blijven voelen met
zijn geboorte-eiland, en zijn besluit om na zijn studie in Amerika te blijven,
zo schrijft Yeh in de inleiding, was in belangrijke mate een protest tegen
Chiang Kai-shek en de Nationalisten die in 1949 van het vasteland van China
naar Taiwan waren gevlucht. ‘Niet alleen onderdrukten zij de vrije
meningsuiting en discrimineerden ze de oorspronkelijke Taiwanese bevolking, ook
zetten ze de waardigheid en onafhankelijkheid van Taiwan op het spel door hun
vele concessies aan grote investeerders uit Amerika en Japan.’
Een gedicht als ‘Kao-hsiung, 1973’ gaat
hierop in. Bij een rondleiding door de haven van Gaoxiong wordt deze door de
staf geroemd als de ‘grootste Chinese haven’, maar als de werkdag
erop zit, verlaten vijfendertigduizend vrouwelijke arbeiders (goedkope
arbeidskrachten!) het terrein: ‘a feeling of shame cuts through my sick
chest.’ Het gedicht ontkwam niet aan de censuur en werd enkele dagen na
publicatie uit de bundel gescheurd.
Yang Mu’s protest is echter vooral een stil
protest. Zelden vertoont zijn poëzie een direct maatschappelijk
engagement, en ‘Kao-hsiung, 1973’ is een van de weinige gedichten
waarin Yang Mu zo openlijk politiek-sociale kritiek uit.
Taiwan en Hualian zijn daarentegen wel herhaaldelijk
terugkerende elementen, regelmatig verweeft de dichter bijvoorbeeld de
geschiedenis van het eiland in zijn poëzie. Een mooi gedicht waarin dit
gebeurt is ‘Zeelandia’, een verwijzing naar een fort in de
zuidelijke stad Tainan, dat de Nederlanders daar meer dan driehonderd jaar
geleden vestigden. ‘Zeelandia’ is geschreven vanuit het perspectief
van een Nederlandse officier die op het eiland is gestationeerd, en het
vergelijkt Isla Formosa, ‘mooi eiland’, met een vrouw die door hem
wordt verkracht. Maar het gedicht is geen simpele afkeuring van kolonisatie en
imperialisme, de relatie tussen onderdrukker en onderdrukte is veel
ingewikkelder. Liefde (sensualiteit) en oorlog, tederheid en geweld zijn, zoals
in veel van Yang Mu’s gedichten, onlosmakelijk met elkaar verbonden, en
uiteindelijk worden de rollen omgedraaid:
(...)
the wind comes from the strait
and
teases the open butterfly collar
where
I thought I’d discover an archipelago of spices. But who would know
what
appear before me still are
those
cruel mint-scented breasts. Isla
Formosa, I’ve come to lie on
your
bed of cool wind. Isla
Formosa, I’ve come from far away to colonize you
but I
have surrendered. Isla
Formosa, Isla
Formosa
Veel van Yang Mu’s poëzie is op enigerlei
wijze verbonden met Taiwan of er gesitueerd. Men zou deze gedichten echter geen
recht doen door te denken dat ze daarom alleen over Yang Mu’s
geboorte-eiland gaan. Wat deze poëzie bijzonder maakt is dat de dichter
het geheel juist verheft naar een abstracter niveau; het bijzondere en het
algemene lopen rimpelloos in elkaar over. En in die zin zijn de verwijzingen
naar Taiwan eigenlijk weinig meer dan een teken van Yang Mu’s emotionele
verbondenheid met het eiland.
In zijn hele oeuvre staan juist eeuwenoude thema’s
centraal zoals tijd, eenzaamheid, heimwee, leven en dood en vooral liefde, die
vaak gepaard gaat met een opmerkelijke sensualiteit. Kenmerkend is daarbij een
zoektocht naar authenticiteit en een metafysische inslag, die de poëzie
een enigszins zware, ernstige toon geven. Op een heel originele en eigen wijze,
zonder tot banaliteiten te vervallen, werpt de dichter de vragen op die hem
bezighouden.
In die zin is Yang Mu’s poëzie lyrisch te
noemen – in zoverre dat de gedichten duidelijk een bepaalde stemming,
gevoel, of gedachte van een subjectief ik verwoorden. Het gaat hier echter niet
om een spontane uitbarsting van gevoelens en het ik is niet noodzakelijkerwijs
Yang Mu zelf, zijn poëzie overstijgt de toevalligheid en de willekeur van
het persoonlijke. Zoals hij zelf schrijft in het nawoord ‘Poëzie
gemaakt voor mensen’ van de bundel Iemand: ‘Ik geloof niet
dat poëzie een uitdrukking is van een intense emotie. Poëtische
ideeën moeten kalm bezinken, langzaam fermenteren, en verfijnd en bewerkt
worden.’
Die weloverwogenheid is in alles merkbaar: in de vrij
lastige grammaticale constructies (in het Chinees, maar vaak ook in de Engelse
vertaling), in de ongebruikelijke woordkeuze en de vele verwijzingen naar
(klassieke) Chinese én westerse poëzie. Het werk geeft de lezer
daardoor een merkwaardig, tweeslachtig gevoel: een van rust en onbehagen.
Ongetwijfeld hangt dat voor een deel samen met de
‘uitzichten’ die Yang Mu beschrijft, de dingen die de ikpersoon
ziet als hij uit een raam kijkt, aan een strand staat, door een landschap gaat.
De beelden van de tuin buiten het raam, van de golven aan het strand, de
rookpluim in het landschap creëren een sereniteit die het nodige bijdraagt
tot de rust die deze poëzie uitstraalt. Maar tegelijkertijd is voelbaar
dat dat slechts één zijde van de medaille is, omdat die
natuurbeelden altijd in dienst van iets anders staan. Vandaar ook onbehagen: de
lezing begint pas echt wanneer de lezer door die uiterlijke rust heen probeert
te kijken. Een treffend voorbeeld is een gedicht als ‘Evening
Clouds’ uit 1978:
We
lock evening clouds outside the low door
and
watch a gray gull angle
over
the wild strawberry field and head straight north
We
observe the quiet breeze
unable
to move a pink hibiscus... maybe
it’s
not a breeze: ‘If the hibiscus doesn’t move
how
can you tell there is a quiet breeze?’
‘Sit
tight. You be the hibiscus, I’ll be the breeze’
She
shakes her head coyly like pink twilight
listening
to the promise of quiet brushing
across
her fair arms and shoulders, her
collar
and hair. Entering the dark
I see
a firefly coming in from outside
stealthily,
intentionally, it flits over her ankles
No Trace of the Gardener is een indrukwekkende bundel die
een uitgebreide selectie uit Yang Mu’s werk biedt in prachtige
poëtische vertalingen. Een betere kennismaking is niet denkbaar – of
het zou een Nederlandse bundel moeten zijn.
terug | omhoog