Nummer 2, april 1997

 

MODERN VERHALEND PROZA

Ba Jin, De generaal (vert. Maghiel van Crevel)

Ye Zhaoyan, Het oude liedje (vert. Anne Sytske Keijser)

Jia Pingwa, Verlaten steen (vert. Martine Torfs)

Ouyang Zi, Tegen de schemering (vert. Audrey Heijns)

Jiang Danwen, De doodsformule (vert. Jan A.M. De Meyer)

 

HEDENDAAGSE POËZIE

Chen Dongdong, Zeven korte stukken (vert. Iege Vanwalle)

Chen Dongdong, Vier gedichten (vert. Iege Vanwalle)

Che Qianzi, Vijf gedichten (vert. Lucien van Valen)

 

KLASSIEK

De disputatie van Thee en Wijn,

ingeleid en vertaald door W.L. Idema

 

ESSAY

Zhou Zuoren, Lezen op het toilet (vert. Mark Leenhouts)

 

BOEKRECENSIES

Drie hervertalingen: Li Xiao, Mo Yan en Ding Xiaoqi (door Martin de Haan)

W.L. Idema, De mooiste verhalen uit het oude China (door Ton Harmsen)

Bai Xingjian, Het hoogste genot en Anoniem, De genoegens van de liefde (door Ton Harmsen)

Hong Ying, Zomer van verraad (door Monica Jansen)

Su Tong, Rijst (door Paul Wijsman)

W.L. Idema en Lloyd Haft, Chinese letterkunde – een inleiding (door H.M.J. Maier)

Duoduo, Ik begrijp het niet en Er is geen nieuwe dag (door Ton Naaijkens)

 

 

nummer 1 | nummer 3