TWEE GEDICHTEN
Xi Chuan
Vertaling Iege Vanwalle
(uit Het trage vuur
3, oktober 1997)
Een ander leven van mij
De torenhoge Sint-Baafskerk werpt zijn gotische schaduw
neer
De vrijdagmarkt zit aan één kant vol met
koffiedrinkende mensen
Gent, een stipje op de landkaart: als ik daar
was geboren, dan was ik van kind af aan bekend geweest
met de plaatselijke uithangborden en fonteinen en had ik
heel verstandig
het populaire vermaak en de ziektes daar geminacht
Dan was ik op m’n twaalfde verliefd geworden op een
sprookjesfee
Ik was aan haar zijde door de nevelige steegjes en over
het zonovergoten plein gelopen
en had al mijn geld aan haar uitgeven, om haar even
op haar wispelturige lippen te kunnen kussen, haar te
omhelzen zoals de maan
boven ons hoofd. En had zij mij afgewezen,
dan had ik elk detail van mijn romantische verwarring
kunnen proeven
De mistige haven zou naar me hebben gelonkt. Op mijn
zeventiende
zou ik hebben gevochten in goktenten en bordelen, als een
geest
zou ik overal mijn herkenbare hanepoten hebben
achtergelaten
en echt hebben geleefd: een dronken keetschopper, een
boevenvriend
Pas nadat ik mijn lot zou hebben doorzien en weer
uitgekotst
zou ik naar mijn geboortestad zijn teruggekeerd
Een vervallen gebouwtje zou hebben gewacht tot ik zijn
gammele trap beklom
waar een oude vrouw op de zolder haar naaimachine had
versleten
De verroeste spijkers hadden mijn voetzolen niet meer
kunnen openrijten
De zinnenprikkelende rozen hadden aan mijn zonderlinge
karakter moeten gehoorzamen
Via de logica zou ik het mogelijke bestaan van het
paradijs hebben bestudeerd
en via het Latijn de autocratie in oosterse tuinen hebben
verklaard
In een andere situatie zou ik onvermijdelijk een ander
zijn geworden
die met zijn ziel zou hebben gelopen om niet bekneld te
raken tussen de bakstenen
die met zijn lichaam zou hebben getreurd om zeker te
weten
hoe lang het helen van een wonde duurt. In een tuin
zou ik met een bijl heftig hebben ingehakt op vleesetende
planten
terwijl de negen planeten zich in een schrikwekkende
kruisformatie zouden hebben opgesteld.
In de namiddag van het park zou ik een dichter in trance
hebben ontmoet
en vanaf dat moment zou ik wild hebben gefantaseerd
in een groene nacht, geijsbeerd in de regen in de buurt
van het kasteel
tot op een dag de stille Maeterlinck me zijn aanwezigheid
had laten voelen
Dan was ik gestorven in een afgedankt slachthuis
zoals een laatste ademtocht een voltooid grafschrift
opslokt
Vroege ochtend in Nederland
Vroege ochtend in Nederland, glas weerspiegelt de donkere
hemel.
Een tram die van zee komt slingert tussen de huizen door.
De met regenwater vol gedronken rode lanen
zingen zacht, zingen hun ontkiemende hartstocht uit.
Profeten ver weg in een vreemd land, schurken afhankelijk
van hun geboortegrond:
zij horen bij de tijd, hangen rond bij het station;
de dag waarover zij spreken zal nog lang duren.
Overdadige redelijkheid is even kil als een ijzeren
railing.
Een rustig leven heeft geen redding meer nodig.
Duiven die gewend zijn aan geweerschoten strijken neer op
het plein,
wie van hen was ooit Spinoza? Wie Rembrandt?
Oneindig veel later raak ik net als zij ook verzonken in
gedachten
over goed en kwaad, de aard van de mens en het instinct.
Ik beschrijf
de operatietafel van een anatoom en de gouden helm van
een naamloze soldaat,
maar op de wereld heb ik nooit een glasheldere kijk gehad.
Daarom voel ik me onrustig, ik zie hoe de ik in de
spiegel
in een vlaag van waanzin verandert in een vreemde...
Plotseling doet dit kleine landje onder zeeniveau
in mijn leven de ochtendklok slaan.
Terwijl ik koffie drink en de krant lees,
flitst er een engel met grote klompen mijn raam voorbij.
Ik grijp de telefoon en hoor de stem van de koningin:
zij heeft een fles Chinees regenwater, zij wil weten
of ’s ochtends de lucht in China even donker is.
Wat ik ook antwoord, telkens vertel ik weer een leugen,
mijn enige wens is een leren tas om deze koningin der
tulpen in mee te nemen;
omdat Nederland heus niet alleen voor de Nederlanders
bestaat,
houdt het heel toepasselijk stil voor mijn raam
onderdrukt door de donkere hemel, gestreeld door de sterk
naar vis ruikende zeewind.