Nummer 5, september 1998
ESSAY
Lu Xun, ‘De kleine Johannes’ in het Chinees
vertaald (vert. Klaas
Ruitenbeek)
Yang Mu, De waterput en de lantaarn (vert. Yu Wei Wun)
HEDENDAAGS VERHALEND PROZA
Li Qiao, De man die in een balletje veranderde (vert. Jan Willem van Bragt)
Han Dong, Karakteroefeningen (vert. Nanda Griffioen)
Yu Hua, Ik heb geen eigen naam (vert. Katrien Coupez)
HEDENDAAGSE POËZIE
Mo Fei, De leegte van de leegte (vert. Iege Vanwalle)
Zhai Yongming, Lied van het café (vert. Maghiel van Crevel)
KLASSIEK
Hong Mai, Verhalen uit een gebroken rijk
ingeleid en vertaald door Sander Hendriks
BOEKRECENSIES
Zhuang
Zi vertaald in het Nederlands (door Jan A.M. De Meyer)
Li Rui, Zilverstad (door Mark Leenhouts)
Zhang Jie, Er is
maar één zon en Mijn
moeder (door Martine Torfs)
Yu Hua, Leven (door Nanda Griffioen)
Vijfhonderd opzichters van
vijfhonderd bibliotheken doven de lichten: gedichten uit China, Taiwan, Korea
en Japan
(door Martin de Haan)