YUAN MEI - WAAROVER DE WIJZE NIET SPRAK
Ingeleid en vertaald door Jan A.M. De Meyer
(uit Het trage vuur
6, december 1998)
INLEIDING
In de Analecta van Confucius worden vier zaken opgesomd
‘waarover de wijze (bedoeld wordt Confucius zelf) niet sprak’. Bizarre
fenomenen figureren als eerste in dit lijstje. In de achttiende eeuw koos Yuan
Mei (1715–97) dit thema als titel voor een grote verzameling
wonderverhalen – vaak griezelverhalen – die hij door de jaren
bijeen had gesprokkeld. Yuan Mei was niet alleen een van de grootste dichters
van zijn tijd, hij liet ook een gastronomisch handboek na en was een vurig
pleitbezorger van een actievere rol voor vrouwen in de letteren. Zijn
wonderverhalen schreef Yuan Mei in een zeer heldere, franjeloze klassieke
schrijftaal. Onder meer daarom werd Waarover de wijze niet sprak (Zi bu yu)
algauw een veelgelezen boek, dat tot op heden in China wordt herdrukt. Sommige
verhaaltjes zijn nauwkeurig gedateerd of vermelden de naam van de informant.
Het lag echter niet in Yuan Mei’s bedoeling daardoor de indruk te wekken
dat wat hij neerschreef ook werkelijk was gebeurd. Van alle verzamelaars van
wonderverhalen uit de achttiende eeuw was Yuan Mei wellicht de meest
sceptische. In zijn voorwoord bij Waarover de wijze niet sprak portretteerde
Yuan zichzelf als een maatschappijschuw man die enkel in literatuur en
geschiedenis vermaak vond en daarom alles wat hem ter ore kwam neerschreef om
het voor het nageslacht te bewaren. Dat het vaak om hoogst onwaarschijnlijke
zaken ging, was voor hem geen bezwaar: hijzelf bleef nuchter genoeg om er geen
geloof aan te schenken. Zoals blijkt uit de volgende selectie, spelen dieren
frequent een hoofdrol in Yuans wonderverhalen. Verrassend ook voor de als
extreem preuts voorgestelde Qing-dynastie (1644–1911) is dat seksuele
elementen allerminst ontbreken.
KOEIENLIJK
Een inwoner van het dorp Koperen Put in Jiangning had een
koe die in een goeie tien jaar tijd niet minder dan achtentwintig kalveren ter
wereld bracht. Ze bezorgde haar eigenaar dus flink wat winst. Toen de koe te
oud was om nog bij het ploegen te worden ingezet, kwamen heel wat runderslagers
vragen of ze haar mochten kopen. De eigenaar kon dit niet over zijn hart
krijgen en belastte een jongen met het voederen van de koe. Er werd gewacht tot
de koe vanzelf stierf, waarna ze begraven werd. Die nacht, en elke nacht
daarna, was buiten de poort geklop hoorbaar. Aanvankelijk kwam niemand op het
idee dat het misschien om de koe kon gaan. Na iets meer dan een maand ging het
almaar erger spoken. Het geklop maakte plaats voor gebrul en gehuil. Toen rees
bij het hele dorp het vermoeden dat het de koe was die voor de ellende zorgde.
Men groef de koe op om haar te onderzoeken. Het koeienlijk verkeerde niet in
staat van ontbinding en de ogen glansden alsof de koe nog leefde. Bovendien
kleefden er rijstplantjes tussen de hoeven, wat erop leek te wijzen dat de koe
zich ’s nachts een weg uit haar aarden graf trapte. Daarop ontstak de
eigenaar in grote woede. Hij haalde een bijl en hakte de vier hoeven af. Ook sneed
hij de koe de darmen open en goot ze vol met mest en afval. Daarna bleef alles
kalm. Toen de koe nogmaals werd opgegraven, kon worden vastgesteld dat het
rottingsproces in volle gang was.
GEBOORTE VAN EEN EENHOORN
Een man van de familie Zhang uit Wuhu leefde van de
verkoop van tahoe. Na een zwangerschap van veertien maanden schonk zijn vrouw
het leven aan een eenhoorn. Hij had ronde handen en vierkante voeten, een
donkere rug en een gelige buik. Zijn hele lichaam leek bedekt met een
borduurwerk van smaragdgroene haartjes. Op beide armen had hij schubben die
glinsterden als goud. Onmiddellijk na de geboorte kon hij lopen. De rijst die
men hem voorzette at hij moeiteloos op. Een bemoeial die van mening was dat het
hier om een gunstig voorteken ging, wilde het voorval melden aan de lokale
overheid. Diezelfde avond stierf de eenhoorn. Sinds zijn geboorte waren slechts
zeven dagen verstreken.
DE ZAADLOZING VAN DE GEKKO
De gekko is een kleine hagedis wiens sperma, zo heeft Liu
Yixuan mij verteld, uiterst giftig is. Wanneer de mens per vergissing dit
sperma opeet, mag hij niet in de buurt van water komen. Eén druppeltje
water op de huid is dan voldoende om vlees en gebeente van de mens ter plekke
te verteren tot een waterige massa. Zo was er enige tijd geleden een man uit
het gebied aan de benedenloop van de Yangtze die twee zoontjes had. Op een dag,
toen de jongens waren teruggekeerd van de particuliere school, gaf hun moeder
hun ingemaakte gedroogde groente en gestoomd vlees te eten. Omdat het heel warm
weer was, gingen de jongens na het eten een bad nemen. De ouders vonden het
vreemd dat de jongens zo lang in bad bleven. Toen ze gingen kijken, vonden ze
de badkuip gevuld met niets dan bloederig water. Vlees en beenderen leken
volledig weggesmolten. Het hele huishouden raakte in paniek, want niemand had
een verklaring voor wat hier was gebeurd. Tijdens een speurtocht in de ruimte
waar ze hun gedroogde groente bewaarden, troffen de ouders op de groente twee
flink uit de kluiten gewassen, parende gekko’s aan. Pas toen ze zagen hoe
het gekkosperma op de groente droop, drong het tot hen door wat er was gebeurd.
Verbazingwekkend toch, hoe giftig zoiets kan zijn! Toen ik er het Boek van het
respect voor het leven op nasloeg, vond ik de volgende waarschuwing: ‘Tijdens
de zomermaanden kan men beter geen koude thee van de vorige dag drinken.
Gekko’s zijn van nature namelijk heel verdorven dieren. Bij het zien van
een vloeistof slaan ze onmiddellijk aan het paren, waarbij het gevaar bestaat
dat een deel van de zaadlozing in de vloeistof terechtkomt.’ Over de
eigenschap van gekkosperma om spierweefsel en beenderen van mensen op te
lossen, wordt in dit boek uit de vorige dynastie echter met geen woord gerept.
’S MENSEN GELIJKE
In Mongolië leeft een dier dat lijkt op een aap maar
er geen is. Chinezen noemen het ’s Mensen Gelijke, de autochtonen geven
het de naam Geli. Vaak ligt het op de loer nabij de vilten tenten waar de
Mongoolse nomaden in wonen en bedelt het om drank en voedsel. Soms ook is het
uit op een zakmes, rookgerei of iets dergelijks. Als je luid roept, laten ze
hun buit vallen en gaan ze ervandoor. Een zekere generaal onderhield er een en
slaagde erin om hem een aantal taken te laten volbrengen, zoals dierenvoeder
bereiden, hout sprokkelen en water putten. Na een jaar zat de diensttijd van de
generaal erop en keerde hij terug. ’s Mensen Gelijke ging voor het paard
van de generaal staan terwijl de tranen hem over het gezicht liepen. Meer dan
tien mijl lang achtervolgde het dier de militair. Die laatste kon gebaren wat
hij wilde, ’s Mensen Gelijke week niet van zijn zijde. Toen zei de
generaal: ‘Jij kan mij niet naar China volgen, net zoals ik hier niet met
jou kan blijven wonen. Je hebt me nu wel lang genoeg uitgeleide gedaan!’
Daarop droop ’s Mensen Gelijke jammerend af, terwijl hij herhaaldelijk
achterom keek.
VIERKANTE OESTERS
Een man uit de kuststreek van Fujian verliet met zijn
boot de haven op zoek naar brandhout en kwam bij een berg. Daar zag hij een
vallei die volledig gevuld was met vierkante oesters. De grootste maten wel
tien voet, terwijl zelfs de kleinste een diameter van meerdere voet hadden. De
oesters lagen in rijen opeengestapeld, hun aantal liep waarschijnlijk in de
duizenden. De man was bevreesd en wilde net rechtsomkeert maken toen een van de
oesters plotseling zijn schelp opende. In de oesterschelp lag een man met een
blauw gelaat, afzichtelijk zoals een yaksha, het vreselijke wezen waar de
boeddhisten het over hebben. Toen het wezen de man in het oog kreeg, begon het
met handen en voeten te bewegen, alsof het de man wilde grijpen. Het wezen leek
zich te willen oprichten maar kon zich niet van de schelp losmaken.
Waarschijnlijk was zijn lichaam met de schelp vergroeid, of had het de steun
van de schelp nodig. Even later begonnen alle oesters hun schelp open te
sperren, waarbij duidelijk werd dat elk ervan door een afstotelijk,
yaksha-achtig wezen werd bewoond. In paniek ging de man op de vlucht. Hij
hoorde hoe de menigte oesters achter hem aan rolde terwijl hij naar de boot
holde. Toen hij de boot had bereikt, hakte hij met zijn bijl op de oesters in
en maakte één ervan buit. De schelp werd aan stukken gehakt, wat
het monster binnenin niet overleefde. Na zijn terugkeer toonde de man het wezen
aan talrijke andere mensen, maar niemand kon hem zeggen wat het was.
PRIMA VARKENTJE
In het gebied van de benedenloop van de Yangtze, nabij de
monding van de Sui-beek in Suzhou, werd een man vermoord en zijn lijk in een
bronput gegooid. Een officieel onderzoek bracht niet aan het licht wie de moordenaar
was. Plotseling stormde een varken tot vlak voor het paard van de ambtenaar die
het onderzoek leidde en huilde jammerlijk. De agenten die de ambtenaar
vergezelden wilden het dier wegjagen, maar slaagden daar niet in. De ambtenaar
vroeg het varken: ‘Heeft het huisdier iets mede te delen?’ Het
varken knielde met zijn voorpoten alsof het kowtowde. De ambtenaar beval het
dier te volgen. Het varken stond recht en ging voorop. Ze kwamen bij een huis,
duwden de deur open en gingen binnen. Het varken stormde tot bij het bed en
woelde met de snuit de grond open. Een mes verscheen, met nog verse bloedsporen
erop. De bewoner van het huis werd gearresteerd. Na ondervraging gaf hij toe
inderdaad de moordenaar te zijn. De lokale bevolking erkende hoe rechtvaardig
het varken was en zamelde geld in om het dier onder te brengen in een
boeddhistische tempel. Iedereen noemde het Prima Varkentje. Toen het meer dan
tien jaar later stierf, bouwden de monniken een schrijn en begroeven het daar.
KATTENKWAAD
In het zuiden van Jingjiang woonde een man genaamd Zhang.
In een hoek van zijn huis liep een afwateringsgeul die sinds lang niet was
uitgemest. Na een periode van aanhoudende overvloedige regen begon het water
het huis binnen te stromen. Met een bamboepaal probeerde Zhang de opening vrij
te maken, maar na een voet of tien kwam de paal vast te zitten. Er werden
andere mensen bij gehaald, maar hoe die ook sleurden, er was geen beweging meer
in te krijgen. Men nam aan dat de afloop helemaal met modder was verstopt. Toen
het opgehouden was met regenen, probeerde men opnieuw. Toen de paal
uiteindelijk losliet, kronkelde er uit de afloop een zwarte rookwolk omhoog,
die een ogenblik lang de hele lucht verduisterde. In het kielzog van de zwarte
wolk was een groenogige man meegekomen, die bezit nam van Zhangs dienstmeid.
Telkens als zij de liefde bedreef, leed ze ondraaglijke pijnen. Ze had het
gevoel alsof haar vagina vol doornen zat. Zhang ging overal op zoek naar iemand
die met een magische talisman het kwaad kon uitdrijven. De taoïstische
priester die hij hiertoe inhuurde was net bezig met het opstellen van zijn
altaar toen boven het altaar de zwarte wolk oprees. De taoïst had het
gevoel alsof iets hem aan het likken was, maar de tong die hem likte was
messcherp en sneed zijn huid en vlees aan reepjes. Als een bezetene kwam de
priester naar buiten gestormd. Taoïsten worden gewijd door de Hemelse
Meester, die voor hen het hoogste gezag vertegenwoordigt. Daarheen ging onze
priester nu. Hij kocht zelfs een sloep om de stroom over te steken. Zhang
stuurde iemand hem achterna om bij de Hemelse Meester om redding te smeken.
Toen de twee mannen het midden van de stroom waren genaderd, zagen ze hoe
zwarte wolken het westelijk deel van het uitspansel vulden. De taoïst was
verheugd, wenste zijn medereiziger geluk en zei: ‘Dit is een teken dat
het spook gestraft is door de dondergod!’ Bij hun terugkeer in Zhangs
woning vonden de mannen in een hoek een vermorzelde kat ter grootte van een
ezel.
HUWELIJKEN MET EZELINNEN IN SIAM
Van alle volksgebruiken zijn die in Siam het schunnigst.
Jongens die de leeftijd van veertien of vijftien bereiken, worden door hun
ouders uitgehuwelijkt aan een ezelin en worden verplicht tot
geslachtsgemeenschap. ’s Nachts, bij het slapen gaan, worden jongen en
ezelin op zo’n wijze aan elkaar vastgebonden dat de penis van de jongen
in de schede van de ezelin rust. Dit wordt geacht de jongen buitengewoon
robuust en energiek te maken. Pas na drie jaar krijgt de jongeman een echte
vrouw als echtgenote. De ezelin, die tot aan haar dood door het gezin wordt
onderhouden, blijft dienstdoen als concubine. Geen enkel meisje zal bereid
gevonden worden te huwen met een man die een dergelijk ezelinnenhuwelijk niet
achter de rug heeft.
DE MENSBEER
Een handelaar uit Zhejiang voorzag in zijn
levensonderhoud door handel met de overzeese gebieden. Tijdens een zeereis
dreef hij samen met een twintigtal anderen af naar een eiland. In een groep
gingen ze aan land om een wandeling te maken. Na ongeveer een mijl ontmoetten
ze een mensbeer van wel tien voet groot. Met beide handen greep deze iemand uit
het gezelschap vast en begon hem te verpletteren. De mensbeer liep tot bij een
grote boom, nam een liaan, sloeg een gat in een van de oren van de zeevaarder,
bond hem zo met de liaan aan de boom vast en ging er vervolgens vandoor. De
anderen wachtten tot de mensbeer op veilige afstand gekomen was, haalden hun
zakmes uit en sneden de liaan door. Net toen ze zich terug wilden spoeden naar
hun schip, stootten ze plots op vier mensberen die een grote platte steen
torsten. Op de steen troonde een vijfde mensbeer, die nog groter was dan de
andere. Ook de mensbeer die ze eerst hadden ontmoet kwam aangesprongen. Hij
maakte een heel opgewekte indruk, maar toen hij bij de boom aankwam en zag hoe
de doorgesneden liaan op de grond lag, keek hij teleurgesteld, alsof hij iets
kostbaars was kwijtgeraakt. De mensbeer op de steen werd daarop heel boos en
schreeuwde zijn vier dragers toe de ontgoochelde in elkaar te slaan.
Ogenblikkelijk brachten zij de onfortuinlijke mensbeer ter dood, waarna ze
afdropen. Bij de handelaars, die ondertussen bij de boot waren geraakt en
vandaar hadden toegekeken, was de opluchting groot. Ze voelden zich alsof ze
uit de dood waren opgestaan. De man met het gat in het oor heette Wu en kwam
uit Shanyin. Shen Junping, een aangetrouwd familielid van me, vroeg hem naar
wat er voorgevallen was, en hij vertelde hem het hele gebeuren zoals het
hierboven te lezen is.
DE ZWARTE BEER DIE KON SCHRIJVEN
In het jaar Xinyi van de regeringsperiode van keizer
Qianlong (1761) was er in Huqiu een bedelaar met een tamme zwarte beer. De beer
was zo groot als een paard uit Sichuan en had een dichte, stekelige vacht. Hij
kon schrijven en gedichten voordragen, maar gewoon spreken kon hij niet.
Voorbijgangers konden tegen betaling van één kopermunt even naar
de beer kijken. Wanneer je hem een stuk wit papier toestopte, schreef hij in
grote karakters een gedichtje uit de Tang-dynastie. Daarvoor betaalde je
honderd kopermunten. Op zekere dag was de bedelaar afwezig en bleef de beer
alleen achter. Toeschouwers stroomden toe, stopten de beer papier toe en
vroegen hem een stukje te schrijven. Dit is wat de beer toen schreef: ‘Ik
ben afkomstig uit Changsha, mijn familienaam is Jin en mijn voornaam Ruli. Toen
ik klein was, werd ik ontvoerd door deze bedelaar en zijn kameraad. Eerst
dienden ze me een drankje toe waardoor ik het vermogen om te spreken verloor.
Ze hielden ook een zwarte beer in hun huis. Op zekere dag stroopten ze mijn
kleren af en bonden me vast. Toen staken ze me over mijn hele lichaam met
naalden, zodat ik droop van het bloed. Terwijl mijn bloed nog warm was, doodden
ze de zwarte beer, vilden hem en wikkelden mij in de pels. Het mensenbloed
verbond zich met het berenbloed en de pels ging zo hard aan me kleven dat ik
hem nooit meer heb kunnen losmaken. En hier zit ik nu vastgeketend mensen te
bedriegen. De bedelaar heeft dankzij mij al minstens tien miljoen koperstukken
verdiend.’ Toen hij klaar was met schrijven, wees hij naar zijn mond
terwijl de tranen hem over de wangen biggelden. De geschokte toeschouwers
grepen de bedelaar toen die terugkeerde en leverden hem uit aan de overheid. In
overeenstemming met de wetgeving inzake verminkingen werd hij op staande voet
ter dood gegeseld. De zwarte beer werd onder escorte teruggebracht naar
Changsha en overgedragen aan zijn oorspronkelijke familie.
Ik
kan hierbij nog het volgende opmerken. In het jaar Jiwei (1739) was er in de
hoofdstad een ambtenaar die een ongeoorloofde seksuele relatie had met zijn
dienstmeid. Deze laatste beet ooit het puntje van zijn tong af. De Mongoolse
arts die erbij werd gehaald gaf het bevel een hond te slachten en er de tong
uit te snijden. Terwijl het bloed nog warm was werd de tong bij de ambtenaar
ingeplant. Deze mocht gedurende honderd dagen zijn huis niet verlaten, waarna
zijn toestand weer helemaal zoals voorheen was. Een generaal genaamd Yuan liep
aan het front ontelbare verwondingen op door zwaarden en pijlen. Hij had zoveel
bloed verloren dat het leek alsof hij de geest had gegeven. Een van de
keizerlijke geneesheren liet een paard ter dood brengen en de buik opensnijden.
De generaal werd op de paardendarmen gelegd terwijl enkele tientallen mensen
hem voortdurend in beweging hielden. De duur van een maaltijd later stond de
generaal op, badend in bloed. Het principe achter deze drie aangelegenheden is
hetzelfde.
HET DIER MET DE VELE HOORNS
De boeddhistische monnik Zhiding woont in het
Tianmu-gebergte. Hij vertelde over een afgelegen vallei in de bergen die zich
over een lengte van tien à twintig kilometer uitstrekt. De plantengroei
is er zo weelderig en dicht dat er geen wegen aangelegd kunnen worden. Men
vindt er een sparachtige boom die goed timmerhout levert en die daar zandboom
wordt genoemd. Vaak bouwen stekelvarkens hun nest tussen deze bomen; daarom
worden ze door de houthakkers gedood. Zo gebeurde het eens dat een heel jaar
lang geen enkel stekelvarken werd waargenomen. Niemand wist waar ze heen waren
getrokken. De bergbewoners waren opgelucht en trokken massaal de vallei in om
bomen te gaan hakken. Een van die handwerkslieden zag op een volkomen verlaten
plek een ding dat verstrikt was geraakt in klimplanten en daar was gestorven.
Hij klom in een boom om het beter te kunnen bekijken. Het zag eruit als een
rund, maar het was wel meer dan dubbel zo groot. Het hele lijf was bezaaid met
korte hoorns van twee of drie duim lang. De hoorns waren donkergrijs, zoals die
van geiten, en hun aantal liep in de duizenden. Op zijn kruin torste het dier
een bloedrode, twee à drie voet lange hoorn. Waarschijnlijk had het dier
vanaf een rots een slecht berekende sprong gemaakt en was het terechtgekomen in
de lianen die vaak rond grote bomen woekeren. Met zijn hoorns was het verstrikt
geraakt in de buigzame maar taaie lianen. Zijn poten raakten geen vaste grond
meer en vonden niets meer om zich tegen af te zetten. Zo moest het dier
uiteindelijk van honger zijn omgekomen. Toen werd duidelijk dat dit dier alle
stekelvarkens had opgegeten. Wat de naam is van het dier heeft nooit iemand
kunnen achterhalen.
GROOTMOEDER WORDT EEN WOLF
Een boer genaamd Sun uit het district Yazhou in Guangdong
woonde thuis met zijn moeder, die al in de zeventig was. Plotseling kreeg ze
haren op haar armen. Geleidelijk aan bedekten de haren, die ongeveer een duim
lang waren, ook haar buik en rug en uiteindelijk zelfs haar handpalmen. De rug
van de oude vrouw werd steeds krommer en aan haar achterwerk ontsproot een
staart. Op zekere dag sprong ze op de grond, ze was helemaal veranderd in een
witte wolf, en ze stormde de deur uit. Haar familieleden konden niets anders
doen dan haar haar gang te laten gaan. Elke maand of elke paar weken keerde ze
naar huis terug om te zien hoe het haar zoon en kleinkinderen verging en een
maaltijd te nuttigen. De buren hadden een afkeer van haar en vatten het plan op
om haar dood te schieten. Daarop kocht de vrouw van haar zoon varkenspootjes,
en toen de oude vrouw de volgende keer kwam, sprak ze haar op de volgende wijze
toe: ‘Oma, dit wordt je laatste maaltijd hier. Je kan hierna beter
wegblijven. Wij weten heel goed dat je heimwee hebt en helemaal geen kwade
intenties koestert, maar probeer dat maar eens uit te leggen aan onze buren. De
gedachte dat zij erin zouden slagen jou om te brengen vind ik
onverdraaglijk!’ Daarop zat de wolvin een hele poos klaaglijk te huilen.
Na nog eens de hele woning doorsnuffeld te hebben, ging ze ervandoor. Ze werd
nooit teruggezien.
KATTEN MET VIER OREN
In het district Jianzhou in Sichuan hebben alle katten
vier oren. Iemand is uit Jianzhou gekomen om mij dit persoonlijk te vertellen.