WOLVENROOK
Bei Dao
Vertaling Maghiel van Crevel
(Uit Het trage vuur
11, september 2000)
februari
nacht neigt naar volmaaktheid
ik drijf in taal
muziek des doods
instrumenten vol ijs
wie staat boven barsten in dagen
te zingen? water wordt bitter
vlam verliest bloed
rent als bergkat naar sterren
alleen in een vorm
kan men dromen
in ochtendkou
een vogel ontwaakt
benadert waarheid
en ik en mijn gedicht
zinken samen
februari, in een boek:
handelingen en hun schaduw
zaaier
een zaaier loopt de hal in
buiten is het oorlog, zegt hij
en jij zwelgt in leegte
verzaakt de plicht alarm te slaan
ik spreek in naam der velden
buiten is het oorlog
ik loop de hal uit
rijke oogst allerwegen
ik maak een ontwerp van oorlog
ik speel de dood
gewas door mij in brand gezet
verheft zich als wolvenrook
deze gedachte maakt me gek:
hij zaait zaad, op marmer
asymmetrisch
list van geschiedenis staat in bloei
vinger druk met voordracht raakt gewond
gehamsterd zonlicht wordt tot leeftijd
je zinkt weg in verleden en schuim
begraaft gereedschap der woede
een vreemde van vroeger
verwijt vanuit de spiegel
en wat ik gezien heb:
schemerkraaien stadswakers sterven een voor een
leraren die mij adem leerden en zin
hoesten bloed in schaduw van mijn schrijven
jurken die snellen naar feest
volgen eclips of volmaakt huwelijk
en vliegen weg, zonder lied
geleende richting
vissenleven
zit vol lekken
lekken in de stroom o schuim
dat zijn mijn woorden
met geleende richting
doorkruist dronkaard zijn gelaagde echo
en het hart is waakhond
eeuwig met oog op kern van lyriek
muziek in uitvoering
in ongeluk verbrijzeld
hemel bedekt de andere kant
van ons gevoel
geleende richting
trekvogels komen los uit mijn slaap
weerlicht landt in ieders glas
wie spreekt is onschuldig
zomerkompas
als bladgoud geslagen door verborgen ambachtslui
barst zee plots uit in schitter –
her en der jagen schepen op avondval
met lamp, kristal van engelen
meeuwen maken geheimzinnige berekeningen
de uitkomst is altijd die ene gewonde
wind waait onder zijn hangende veren
blaast dit feit-in-doodsstrijd verder op
rotswanden gaan open als een accordeon
echo maakt minnaars gek
eenzaam kasteel aan de kust
blijft in symmetrie met zijn weerspiegeling op zee
nieuw jaar
kind met bloemen loopt naar nieuw jaar
o dirigent tatoeërend het duister
luister naar de allerkortste rust
snel leid leeuw in kooi van muziek
snel laat steen voor kluizenaar spelen
in nachten van evenwijdigheid
wie is de gast? als alle dagen
op volle sterkte uitrukken vliegen langs wegen
wordt het boek der mislukking erudiet en geleerd
elk moment de kortste weg
ik mag de zin van het oosten doorkruisen
naar huis, sluit deur des doods
nieuwe eeuw
verzot op glorie wordt de aarde donker
wij lezen van betonnen boeken
lamplicht, lezen waarheid
bommen van goud ontploffen
wij zijn volgaarne slachtoffer
stellen aan anderen wonden tentoon
straks ontdekken archeologen
de tijdgeest op een fotonegatief
een kind pakt hem vast, zegt nee
geschiedenis is het die ons verhindert te vliegen
vogels zijn het die ons verhinderen te voet te gaan
benen zijn het die ons verhinderen te dromen
wij zijn het die ons geboren laten worden
het is geboorte
verte
meeuw, droom van schreeuw
weerstaat hemel van geloof
als gras melk wordt
verliest wind aan detail
is wind heimwee
dan is de weg zijn verwoording
aan het eind van de weg
een loophond der geschiedenis
verkleedt zich als nacht
dringt naar mij op
achter nacht
grenzeloos graan
gekwetste geliefden
appel en steen
gebedsritueel der zee
slecht weer buigt zich voorover
steen bewaakt meimaand
weerstaat groenige besmetting
om beurten vellen jaargetijden bomen
sterren herkennen de weg
dronken evenwichtskunstenaar
breekt door omsingeling van tijd
kogel door appel
leven uitgeleend
taal wordt gek en wij
staan op een lege plek der wet
doofstom, daarom gered
schoolbussen, de een na de ander
scheren langs afgrond van licht
nacht is een oude film
muziek doorweekt de tijd als regen
wezen jagen blauwe luchten na
boeken in rouw gaan rechtop staan
langs de weg naar uitleg
staan azalea en haar zusters
voor de dood in bloei
duizend ramen schitteren
profeten staan
tussen gisteren en zee
o vreugd van verdwalen
brug wordt werkelijkheid
overspant openbaar licht
en geheime reis die voert
langs roos van vroeger dagen, zij biedt
een vel papier een benarding
moeders tranen mijn nieuwe dag
gang
al die bierdoppen
waarheen vervoerd door stromende straten
dat jaar spijbelde ik, in bioscopen
in eindeloze gangen van het scherm
werd ik abrupt vergroot
dat moment werd een rolstoel
de dagen duwden mij op verre reizen
zaakwaarnemers van vrijheid in de wereld
sloegen mij op in hun reuzencomputer
een leenwoord ingeslopen in het woordenboek
een andersdenkende
of een verwijdering van de wereld
aan het eind van de gang lagen woorden te roken
een raam beroofd van glas
met zicht op de winter der bureaucratie
bewogen nacht
wij zijn als teer glaswerk
moeten ook zo aangemerkt:
deze kant boven, breekbaar
maar wij zijn niet bang voor water
als een vrouw met paraplu
stappen wij naar buiten, weerstaan slecht weer
brieven aan moeder
moeten een heel leven afleggen
met omweg rond vijandschap
iemand in de verte luidt een klok
de enige klok
bekvecht met de dag van morgen
dode zielen druk met doorverbinden
transporteren woorden zonder meester
wij luisteren
rust
ten slotte bereik je
een zondag waar wolken aanmeren
rust is net als leugens
oppassen dat niemand kijkt
rust bespeelt de toetsen
witte dag en zwarte nacht
bespeelt de dag van morgen
ketting van geluk
doden werpen schaduw af
doen de hemel op slot
sleutelwoord
mijn schaduw is gevaarlijk
handwerksman in zonnedienst
brengt laatste kennis mee
die leeg is
van hongerig mottenwerk
de donkere kant
van kleinste kind van geweld
voetstappen in lucht
sleutelwoord, mijn schaduw
hamert op ijzer in droom
op de maat van de slagen
loopt een eenzame wolf
schemer waar niemand faalt
reiger schrijft op water
een leven een dag een zin
ten einde
gif
rook houdt adem in
raam van balling legt aan
op vleugels losgelaten diep uit zee
wintermuziek zeilt naderbij
als verschoten vlaggen
het is wind van gisteren, het is liefde
berouw daalt neer als sneeuw
steen onthult afloop
nu huil ik om de rest van mijn leven
geef mij een nieuwe naam
ik vermom me als ongeluk
om zon der moedertaal te weren
Noot: ‘wolvenrook’ is een Chinese uitdrukking
voor rooksignalen.