Nummer 38, juni 2007

Een mini-beeldenstorm als voorspel
Anne Sytske Keijser

Yan Lianke, Dien het volk. Vertaald uit het Chinees en voorzien van een nawoord door Mark Leenhouts. Amsterdam: Uitgeverij Podium 2007, ISBN 9789057591488, 191 blz., prijs € 18,50.

Satirische Chinese romans worden niet vaak in het Nederlands vertaald, misschien omdat dergelijke romans te veel verwijzen naar de Chinese geschiedenis of actualiteit, die voor een westerse lezer niet altijd te doorgronden zijn. Yan Lianke's Dien het volk vormt de spreekwoordelijke uitzondering: het is een toegankelijke en hilarische politiek-erotische satire op misstanden in het Volksbevrijdingsleger ten tijde van de Culturele Revolutie. In China is het na al die jaren nog steeds problematisch om zulke misstanden aan de kaak te stellen, want Dien het volk is verboden. Ook de sterk ingekorte en gekuiste versie, die in 2005 in een tijdschrift zou verschijnen, kon niet door de beugel: de oplage van dat specifieke nummer werd in zijn geheel teruggehaald.

De roman vertelt het verhaal van de jonge en knappe ordonnansofficier Wu Dawang. Eind jaren zestig, tijdens de Culturele Revolutie - de hoogtijdagen van de Mao-cultus - wordt Dawang aangesteld als huiskok van de commandant, een zeer begeerde baan met prachtige carričreperspectieven. Wanneer de commandant langere tijd weg is, zoekt Lian, de nog vrij jonge echtgenote van de commandant, toenadering tot de knappe kok en probeert hem te verleiden. Daarvoor neemt ze haar toevlucht tot een houten bord met daarop de leuze van Mao, DIEN HET VOLK, dat altijd op de eettafel staat. Als het bord niet op zijn plaats staat, zegt ze tegen Dawang, moet hij naar boven gaan, want dan heeft ze hem nodig. Niet lang daarna zwicht Dawang, en er ontstaat er een heftige seksuele relatie tussen de twee. Lian en Dawang lijken zich op een andere planeet te bevinden: in de commandantswoning, in een ommuurd hofje, bestaat de buitenwereld niet. Het hoogtepunt wordt bereikt wanneer de compagnie op veldoefening gaat en Dawang en Lian achterblijven op de basis. Een week lang geven ze zich over aan wilde en intense seks, en als de passie lijkt weg te ebben, weet Lian die nieuw leven in te blazen door het ondenkbare en ongeoorloofde te doen: samen gooien ze alle Mao-parafernalia in huis kapot en raken daar ongekend opgewonden van. Niet lang daarna komt de commandant terug en stuurt Lian Dawang naar huis, naar zijn vrouw en kind. Het betekent het einde van hun relatie.

Naast een scherpe satire is dit in feite ook een historische roman. De lezer wordt meegevoerd naar de hoogtijdagen van de Culturele Revolutie, toen plattelandsjongeren probeerden carričre te maken via het leger, zodat ze de zo begeerde woonvergunning voor de stad zouden kunnen bemachtigen - een ironische parallel met de situatie vandaag de dag, want nog steeds trekken arme Chinese boeren massaal naar de stad om daar hun geluk te beproeven. De auteur Yan Lianke, zelf afgestudeerd aan de Kunstopleiding van het Volksbevrijdingsleger, beschrijft het leger van binnenuit. Haast achteloos laat hij zien hoe corruptie aan de orde van de dag is: Lian, toch ook een legerofficier, hoeft niet te werken en beschikt over luxe producten die haast nergens verkrijgbaar zijn. Waar Dawang met moeite dertig yuan heeft gespaard, kan Lian hem zomaar tweehonderd yuan geven als reisgeld. Schijnbaar moeiteloos brengt Yan het sterk door politieke leuzes beďnvloedde taalgebruik van de Culturele Revolutie weer tot leven. Hij koppelt deze politiek correcte taal aan beeldspraak die ontleend is aan een agrarisch China, en slaagt erin het geheel een absurdistische draai te geven, zoals blijkt uit een passage als deze: 'Zelf lagen ze moedernaakt in elkaars armen op de betonnen keukenvloer, als twee onthaarde varkens die na de slacht achteloos voor het hakblok waren gegooid. Boven op hen stond, heel raadselachtig, als een prijsbordje in de winkel, het bord met DIEN HET VOLK.'

Het komische hoogtepunt van de roman, de door Lian ontketende mini-beeldenstorm, waarbij alles met een plaatje of een leuze van Mao erop het moet ontgelden, tot aan de eetstokjes toe, is een moment waarop de relatie tussen macht, repressie en seks letterlijk gestalte krijgt. In zulke scčnes zet Yans satire de lezer niet alleen aan tot lachen, maar ook tot denken. Mij bekroop de gedachte: als deze historische roman (zoals vrijwel alle historische romans in de Chinese letterkunde) kan worden opgevat als een spiegel voor het heden, dan is het heden in China verontrustend en absurd tegelijk.

 

terug naar inhoudsopgave nummer 38