Nummer 38, juni 2007

Filosofie als polyfonie
Jan De Meyer

Zhuang Zi. De volledige geschriften. Vertaald en toegelicht door Kristofer Schipper. Amsterdam & Antwerpen: Augustus, 2007. ISBN 978 90 457 0085 4. 439 pp. Prijs € 39,90.

Toen ik in 1998 Kristofer Schippers vertaling van Zhuang Zi. De innerlijke geschriften recenseerde voor het vijfde nummer van Het trage vuur, kondigde ik aan dat de vertaling van de volledige geschriften van Meester Zhuang - de zeven hoofdstukken van de Innerlijke Geschriften plus de zesentwintig overige, de zogenaamde Uiterlijke en de Gemengde Geschriften - zou verschijnen in de loop van de volgende winter. Dat was het gerucht dat toen de ronde deed. Het heeft net iets langer geduurd - een jaartje of acht, negen - maar het was het wachten waard. De Nederlandstalige lezer kan nu eindelijk kennismaken met het boek Zhuangzi in zijn volle glorie.

Zhuangzi is een uniek werk in de Chinese levensbeschouwelijke literatuur. Wie het boek leest, ontkomt niet aan de gewaarwording in de nabijheid te zijn van een onmetelijke rijkdom. Geen enkel ander werk in de gehele geschiedenis van het Chinese denken combineert zo'n levensbeschouwelijke diepgang, zo'n niets ontziende kritische instelling en zo'n inhoudelijke reikwijdte met zoveel humor en non-conformisme. Deels verantwoordelijk voor die rijkdom is, bizar genoeg, het feit dat Zhuangzi niet het werk is van één auteur. In Zhuangzi, zo verduidelijkt Schipper in zijn inleiding, ligt 'de traditie van een hele school over een periode van ongeveer honderd jaar' besloten. Traditioneel wordt aangenomen dat enkel de eerste zeven hoofdstukken door de historische Zhuang Zi zelf werden geschreven. Daarnaast zijn er een aantal zogenaamd 'primitivistische' hoofdstukken, die vrij radicaal van toon zijn, en pleiten voor een letterlijke terugkeer naar de natuur, vrij van confucianistische deugden als menslievendheid, gerechtigheid en wijsheid. Nog andere hoofdstukken zijn dan weer syncretistisch: zij propageren een soort van taoïstisch confucianisme. Een bijzondere status heeft het laatste hoofdstuk, getiteld 'Alles onder de hemel': het is de oudste systematische uiteenzetting over een deel van het levensbeschouwelijke landschap van het einde van de periode van de Strijdende Staten (vierde en derde eeuw v. Chr.). Mohisten en sofisten, en een aantal denkers die we nu niet eens meer kunnen categoriseren omdat er van hun woorden zo goed als niets bewaard is gebleven, worden er gepresenteerd en beoordeeld. Ondanks die veelheid van stemmen wekt Zhuangzi nooit de indruk een samenraapsel te zijn. Integendeel, het boek klinkt als een harmonische koorzang met een fascinerende veelheid aan individuele stemmen, een meesterwerk van levensbeschouwelijke polyfonie. Op deze wijze illustreert het boek een van de hoofdkenmerken van het taoïsme: de gave om zonder dogma, zonder orthodoxie, zonder centrale autoriteit te groeien als een zich immer verder vertakkende boom, en zich te verrijken met steeds meer nieuwe elementen die, ook al lijken ze disparaat, conflictloos worden opgenomen in het ruimere geheel.

Zhuangzi is ook een verrassend modern werk. Zo bevat het twaalfde hoofdstuk ('Hemel en aarde') een passage over het gebruik van machines en de problemen die daaruit ontstaan: waar machines zijn, krijgt de mens ook beslist zorgen met die machines, en daar waar zorgen met machines zijn, krijgt de mens een zogenaamd 'machinehart', en wie een machinehart in zijn boezem heeft, raakt ontredderd en wordt niet langer door de Tao gesteund. Prachtig toch, dat iemand dit inzicht krijgt en verwoordt, ruim 2000 jaar voor onze industriële revolutie! Vanzelfsprekend is Zhuangzi ook zo modern omdat de vragen die het stelt en de problematiek die het aanraakt van alle tijden zijn. De grenzen van onze kennis, onze plaats in de wereld, de verhouding tussen natuur en cultuur, de confrontatie met lijden en dood, het zijn stuk voor stuk kwesties die blijvend relevant zijn. Opvallend hierbij is de centrale rol die volgens Zhuang Zi is weggelegd voor het individu: goed horen doe je immers enkel als je in de eerste plaats naar jezelf luistert (in 'Tenen met vliezen'). Of, zoals Schipper samenvattend stelt: 'De waarachtigheid van de Tao wordt in de eerste plaats gevonden in ons eigen lichaam, in ons eigen bewustzijn'. Het is de grote verdienste van Zhuang Zi dat hij geen antwoorden of oplossingen opdringt maar wel generatie na generatie van lezers middelen aanreikt om zichzelf en hun plaats in de wereld op een nieuwe, grondigere wijze te gaan onderzoeken.

Het is de grote verdienste van Kristofer Schipper dat hij Zhuangzi voor een breed publiek toegankelijk heeft gemaakt mét het nodige respect voor het origineel. Met dat laatste bedoel ik niet alleen dat Schipper in zijn vertaling zo dicht mogelijk bij de klassiek Chinese tekst blijft, maar dat hij zijn verzamelde kennis en ervaring als klassiek geschoold sinoloog én taoïstisch meester aanwendt om de tekst zo volledig mogelijk tot zijn recht te laten komen. Onder meer omdat Schipper zich de moeite heeft getroost om taoïstische commentaren op Zhuangzi te lezen waar andere vertalers geen oog voor hebben, en omdat hij de rituele praktijk van het taoïsme van binnen en van buiten kent, is hij in staat betekenissen in de tekst te ontdekken die tot nog toe onopgemerkt waren gebleven en waar mogelijk de band te verduidelijken tussen Zhuangzi en de taoïstische religie.

Schippers inleiding, en vooral zijn beschouwing over het onderzoek naar de sociaal-historische achtergrond waartegen het taoïsme zich ontwikkelde, is bijzonder verhelderend, ook al hoef je het niet met alles eens te zijn. Was Zhuang Zi echt edelman noch ambtenaar, maar een man uit het volk, zoals Schipper stelt? Ik blijf het ietwat moeilijk te aanvaarden vinden dat een man uit het volk zo'n verbluffende literaire schrijfstijl zou hebben gehanteerd. Hier en daar kan ik me voorstellen dat je als niet-ingewijde lezer wel wat meer toelichting zou willen, bijvoorbeeld wanneer het gaat over de 'deugd', een concept dat enorm beladen is geworden sinds het een van de centrale begrippen van het confucianisme werd, of over het 'nietsdoen', de letterlijke vertaling van het cruciale taoïstische begrip wuwei. Afgezien hiervan is het enige wat je aan kritiek op Schippers werk kunt hebben detailkritiek. Af en toe duikt er eens een slordigheidje op: is het nu Zeng Shen of Zhen Shen (p. 136)? En de residentie van de koning van Zhou in Luoyang lag niet ten oosten van Confucius' woonplaats in Shandong maar ten westen daarvan (p. 188, noot 11).

Laat dit de pret niet bederven. Lees en herlees Zhuangzi, geniet van deze lofzang op de geestelijke vrijheid, laaf je aan Zhuang Zi's kritische methode, maak kennis met Liploos de Mismaakte met de Bochel, Niemendal, Duisterman Afwezig en de andere allegorische figuren die Zhuangzi bevolken. Groei samen met hen, een leven lang!

 

terug naar inhoudsopgave nummer 38